Geluidvoortplanting in gassen

Geluid ontstaat doordat een voorwerp trilt, bijvoorbeeld je stemband in je keel of het vlies (de conus) van een luidspreker. Je hoort wat, als het trommelvlies in je oor gaat trillen en er een seintje van je oor naar je hersenen gaat. Maar hoe komt het geluid nu van de luidspreker in je oor?

Hieronder zie je het vlies van de luidspreker trillen (= heen en weer gaan). Daarbij botst het vlies met de luchtdeeltjes ernaast. Die vliegen weg en botsen tegen de luchtdeeltjes daarnaast. Die botsen weer tegen de luchtdeeltjes daarnaast enz. Deze voortbeweging van luchtdeeltjes heet 'longitudinale voortplanting' van geluid. De luchtdeeltjes geven de bewegen door tot de luchtdeeltjes in je oor tegen je trommelvlies botsen. Daardoor gaat ook het trommelvlies trillen.


Vragen:

1. Het lijkt net of er luchtdeeltjes naar rechts bewegen. Is dat ook zo?

2. Hou eens een luchtdeeltje in de gaten. Vertel hoe het luchtdeeltje beweegt.

3. Leg uit of er lucht uit iemands keel (de linker rode lijn) in je oor (rechts) komt als iemand praat.

4. Luchtdruk ontstaat doordat luchtdeeltjes tegen elkaar (of ergens anders tegen) botsen. Leg uit of in de figuur hierboven overal dezelfde luchtdruk heerst.


Terug

H. Strokap